Op deze pagina proberen we de kluwen aan genres en subgenres en sub-subgenres voor je uit te pluizen. Maar eerst wagen we ons aan een definitie.
Wat voor verhaal krijg je te lezen als je fantasy, sciencefiction of horror op een boekcover ziet staan?
Dat wil zeggen, áls dat erop staat, want nogal wat ‘fantastische’ boeken verschuilen zich onder een andere noemer. We zullen de inhoud van deze boeken dan ook moeten duiden, waarmee we ons direct op glad ijs begeven. Er zijn namelijk vele definities in omloop, elk met een eigen set aan redeneringen en criteria en voor elke definitie valt wel iets te zeggen. Op deze website en bij de Fantastische Unie houden we ons aan de volgende uitgangspunten:
- Een verhaal is ‘fantastisch’ als het ‘fantastische’ elementen bevat.
- Het ‘fantastische’ element in het verhaal speelt een cruciale rol en is niet te vervangen door een ‘realistisch’ element. Kortom, het ‘fantastisch’ element is een noodzakelijk onderdeel van de plot.
- We rekenen literaire werken, YA-boeken en thrillers met ‘fantastische’ elementen ook onder de ‘fantastische’ literatuur.

Wat zijn ‘fantastische’ elementen?
Dit zijn elementen die onlosmakelijk zijn verbonden met het genre en die voor een groot deel de plot, de beleving en het (sub)genre bepalen. Denk aan: ruimteschepen, sterrenreizen, technologie die nu nog niet bestaat, tijdreizen, magie, wezens die niet in de ‘realistische’ wereld bestaan (bijv. elfen, dwergen, reuzen, eenhoorns, draken), verhalen die zich op andere planeten afspelen, magische voorwerpen (bijv. ringen, spiegels, zwaarden, poorten, enz.), bovennatuurlijke krachten (bijv. superkrachten, magische krachten, specifiek soort telepathie, enz), verhalen met weerwolven, vampiers, monsters uit de mythologie, goden, enzovoorts.
Deze lijst is lang niet compleet, maar je kunt eenvoudig zelf ontdekken of een boek ‘fantastisch’ is of niet. We rekenen de volgende elementen NIET tot de ‘fantastische’ literatuur:
- Het verhaal blijkt achteraf niets meer dan een droom of een hallucinatie.
- Deliriums van (drugs)verslaafden en mentaal zieke mensen (denk aan schizofrenie of psychoses).
- Als het ‘fantastische’ zich uitsluitend in het hoofd van een personage afspeelt (bijvoorbeeld visioenen, dromen) of als het personage comateus is en als deze elementen verder geen integraal onderdeel zijn van de plot of de beleving van het verhaal.
Duidelijk? Dan is het nu tijd voor het echte werk. Op deze pagina vind je omschrijvingen voor de volgende genres en hun belangrijkste subgenres: fantasy – sciencefiction – horror – overlappende subgenres – ‘fantastisch’ in andere genres – ‘fantastische’ young adult. Bij ieder subgenre zijn minimaal twee voorbeeldboeken opgenomen, de meeste daarvan kun je op Feniksboeken.nl terugvinden.
De lijst van subgenres is dus niet volledig en ook de omschrijvingen kunnen per bron verschillen. We hopen je echter te inspireren om je eerste of volgende ‘fantastische’ boek te vinden en we denken dat deze beknopte genre- en subgenrebeschrijvingen je daarbij kunnen helpen. Maar zoals met alle labeltjes en hokjes: laat je er niet door beperken. Zie je een boek dat je op alle punten aanspreekt, behalve dat het valt onder – we noemen maar wat – militaire sciencefiction, pak het dan op en lees.
Fantasy kenmerkt zich door “de aanwezigheid van onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens en imaginaire werelden. Bovendien spelen magie en andere bovennatuurlijke elementen veelal een belangrijke rol in het genre.” Aldus Wikipedia. Kenmerkend voor fantasy is verder dat er vaak weinig tot geen wetenschappelijk onderbouwde technologie in de verhaalwereld is te vinden. En fantasyverhalen gaan regelmatig (maar lang niet altijd!) over de strijd tussen goed en kwaad, het ontdekken van magische krachten in jezelf of het ontdekken van een magisch voorwerp dat alleen door een uitverkorene kan worden gehanteerd. Sommige fantasyverhalen spelen in onze eigen wereld. Dit kan zowel in het heden als in het verleden zijn, of in de toekomst. Andere verhalen spelen in werelden ver weg van onze dagelijkse realiteit, werelden waar andere regels en soms ook andere natuurwetten gelden. Kortom, er kan heel veel.
Niets is dan ook zo divers als fantasy. Binnen het fantasygenre zijn er daardoor talrijke subgenres. Sommigen opperen zelfs dat fantasy an sich een subgenre van sciencefiction is, anderen vinden dan weer dat de ‘fantastische’ literatuur juist een langere geschiedenis kent, vooral als je mythen, sagen, legenden, sprookjes en volksverhalen ook onder fantasy schaart. Hoe het ook zij, hieronder beschrijven we de verschillende fantasysubgenres kort. Binnen de subgenres zijn er ook weer onderverdelingen te maken, maar die beschrijven we hier niet.
Cozy fantasy
Hierin staan hartverwarmende verhalen centraal met een focus op kleine, hechte gemeenschappen. In tegenstelling tot de epische fantasy waarin grote onderwerpen als goed versus kwaad vaak de boventoon voeren, omarmt cozy fantasy thema’s zoals familie, persoonlijke groei en de schoonheid van het dagelijkse leven.
Voorbeelden: Het winterpaleis van Petra Doom en Legendes en lattes van Travis Baldree.
Dark fantasy
Hierin wordt een horrorelement gecombineerd met fantasy. Denk aan vampieren en weerwolven, maar ook aan zwarte magie. Vaak komen er geesten en monsters in dark fantasy voor.
Voorbeelden: Judaspenning van Rosalynd Randolph en De prins van toorn van Kerri Maniscalco.
Dystopische fantasy
In dystopieën wordt een wereld beschreven na een ramp, of tijdens een ingrijpende periode van de geschiedenis van de beschreven wereld.
Voorbeelden: Klok van seizoenen van Claudia Boon en De Hongerspelen van Suzanne Collins.
Epische of high fantasy
Episch opgezet verhaal dat zich geheel in een fictieve, vaak middeleeuws aandoende wereld afspeelt met eigen wetten en regels. Veel voorkomend is een zoektocht, een reis met een missie (een queeste) of diverse ontdekkingen die leiden tot een ultieme strijd tussen goed en kwaad, of persoonlijker, een strijd tussen de hoofdpersoon en zijn aartsvijand.
Voorbeelden: Oragayn van Ninja Paap-Luijten. Uit de wereldliteratuur kennen we natuurlijk In de ban van de ring van J.R.R. Tolkien.
Erotische fantasy
Hierin ligt de nadruk op een erotisch liefdesverhaal, soms met een personage dat we kennen uit een serie of ander boek (fanfictie). De erotiek is nadrukkelijk aanwezig, tegenwoordig aangeduid met de term ‘smut’ en speelt zich af in een fantasy-omgeving. Zie ook romantische fantasy/romantasy en paranormale romantiek.
Voorbeelden zijn de Middernacht-serie van Lara Adrian en Barbaarse ijsplaneet van Ruby Dixon.
Heroïsche fantasy
Heeft alle elementen van high fantasy in zich (en wordt daar ook vaak mee verward), maar de held is geen ridder of heks met superkrachten, maar eerder een persoon zonder enige macht, invloed of ambities om de wereld te redden.
Denk aan The Witcher van Andrzej Sarpowski. Een ander voorbeeld is Gebonden in duister van Kim ten Tusscher.
Historische fantasy
Er zijn twee varianten. In de ene begint het verhaal in het werkelijke verleden en worden er steeds meer fantastische elementen toegevoegd. Een voorbeeld van deze variant is De bronzen stad van Shannon Chakraborty of De schreeuw van de griffioen van F.P.G. Camerman.
In de tweede variant heeft de fantasywereld parallellen met de bestaande geschiedenis en komen er volken en landen in voor die sterk leunen op volken en landen uit de wereldgeschiedenis. Een voorbeeld is De man van rook van J. M. Miro of de Decadentia-trilogie van Anaïd Haen en Django Mathijsen.
Humoristische fantasy
Een grappig bedoelde versie van willekeurig welk ander fantasysubgenre. Humoristische fantasy kan ook een parodie op het fantasygenre zelf zijn. De bouwstenen (tropes) van fantasy en bekende verhaallijnen worden dan kritisch beschouwd of belachelijk gemaakt. Humoristische fantasy wordt vaak als een subgenre van low fantasy beschouwd.
Voorbeelden zijn Een magiërshandleiding voor defensief bakken van T. Kingfisher of Het chagrijnige slagzwaard van Theo Barkel.
Low fantasy
Dit is de tegenhanger van high fantasy. De grote strijd tussen goed en kwaad, ingenieuze magiesystemen en een batterij aan helden ontbreken vaak in low fantasy. Onder dit subgenre worden onder meer urban fantasy, humoristische fantasy, paranormale romantiek en magisch realisme geschaard.
Een goed voorbeeld van low fantasy is de Reiziger-serie van Diana Gabaldon.
Mythische en mythologische fantasy
Dit subgenre speelt zich grotendeels in een realistische wereld af, maar er komen mythische figuren, symbolen, thema’s en personages in voor. Vaak geven de verhalen een nieuwe draai aan de bestaande mythologieën, zodat er echt van een nieuw subgenre gesproken kan worden.
Voorbeelden zijn A touch of darkness van Scarlett St. Clair en Killian Calkert van Ilona Poot, dat gebaseerd is op de Noorse mythologie.
Paranormale romantiek
Valt onder de romantische fantasy en combineert vaak horrorelementen (weerwolven en vampieren) met fantasy (mensen met magische krachten, verborgen werelden, engelen, enz). Paranormaal wil in dit geval zeggen “kan niet door de wetenschap worden uitgelegd”. Bovennatuurlijke romantiek zou misschien een betere term zijn.
Voorbeelden zijn Hof van doorns en rozen van Sarah J. Maas en De laatste ravendochter van Merel Godelieve.
Portaal of portaalfantasy
Een personage ontdekt een geheime tuin, geheime deur in een kledingkast, een tunnel, een konijnenhol en tuimelt, soms letterlijk, in een andere wereld. In die andere wereld neemt de hoofdpersoon een belangrijke rol in, of belandt van het ene avontuur in het andere. Als de hoofdpersoon weer terug is in de ‘gewone’ wereld, is het verlangen naar de geheime wereld vaak groot.
Voorbeelden: De kronieken van Narnia van C.S. Lewis en Verloren Aluria van Robin Rozendal.
Romantische fantasy/romantasy
In dit soort verhalen staat de romantiek in een fantasy-setting centraal. In tegenstelling tot de erotische fantasy zijn de liefdescènes subtieler of wordt er soms alleen naar gehint. Vaak is een krachtig vrouwelijk personage de hoofdpersoon.
Voorbeelden zijn King of battle and blood van Scarlett St. Clair en Het lot van de muze van Marijke F. Jansen.
Sprookjeshervertelling
In deze verhalen worden sprookjes als uitgangspunt genomen en geeft de auteur er een eigen draai aan. Soms zijn de verhalen een feest der herkenning, soms laten ze je nadenken over aloude thema’s en ingesleten rollenpatronen.
Mozaïek van geluk van Liesbeth Jochemsen valt onder dit subgenre, net als Verguld van Marissa Meyer.
Sword & sorcery
Een subgenre waarin het avontuur, stoere helden en mooie heldinnen centraal staan en dat in een wereld waarin goed en slecht helder zijn omschreven. De nadruk ligt op vermaak en actie, en dat kan zowel in een grootschalige wereld in het heelal zijn als in een wereld vol magie en mythische wezens.
Voorbeelden zijn De schrijvenaar van Till van Peter Schaap en De drakenruiters van Jack Vance.
Urban fantasy
Een normaal persoon in de huidige wereld en tijd ontdekt dat hij of zij eigenlijk een tovenaar is, een heks is, een afstammeling van een engelenras is, enzovoorts. De magische wereld moet geheim worden gehouden en de hoofdpersoon leeft een dubbelleven en moet zijn nieuwe identiteit leren kennen en een plek geven.
Voorbeelden: Het boek der deuren van Gareth Brown en De erfenis van Marleen Dolman.
Hugh Gernsback (1884 – 1967), grondlegger van het eerste sciencefictiontijdschrift Amazing Stories had met de term “science fiction” de bedoeling om wetenschap populairder en wetenschappelijke ontdekkingen toegankelijker te maken voor het publiek. Zijn doel was om verhalen te publiceren die “75 procent met literatuur verweven waren en 25 procent met wetenschap”, aldus Wikipedia.
Het genre ontwikkelde zich in de loop der jaren en nieuwe definities volgden. Tegenwoordig is gangbaar dat de lezer door middel van “mogelijke toekomstige technologieën en werelden een gevoel van verwondering en vervreemding ervaart”.
Sciencefiction is bij uitstek het genre om maatschappelijke misstanden aan de kaak te stellen, juist door de problematiek te vervreemden van de actuele situatie en er een wereld van te maken zonder de beladen geschiedenis van de werkelijkheid. Andere verhalen gaan in op de extrapolatie van een idee, van een technologie of van een ontwikkeling in een samenleving. Vragen die de auteur zichzelf kan stellen bij het uitdenken van sciencefiction beginnen vaak met de woorden “wat als”. Binnen het genre speelt technologie een belangrijke rol, maar er zijn ook steeds meer verhalen die gaan over de sociale kant van de wetenschap en de gevolgen daarvan voor de mens, denk aan klimaatfictie.
Niet alle sciencefiction hoeft ideeënliteratuur te zijn. Er zijn genoeg vermakelijke boeken vol ruimtereizen en stoere helden in een intergalactische setting. Hier staan de avonturen centraal en niet zo zeer de maatschappelijke relevantie. Kortom, ook binnen de sciencefiction is er een hele waaier aan verschillende soorten verhalen te vinden.
Apocalyptische en post-apocalyptische sciencefiction
In dit soort verhalen bevindt de held zich vaak in een plek na een ramp, is hij alleen en/of moet hij zich zien te redden in een vijandige omgeving vol roofdieren of moordzuchtige (buitenaardse) technologie.
Voorbeelden van dit subgenre zijn Metro 2033 van Dmitry Glukhovsky en Gebied 19 van Esther Gerritsen.
Dystopische sciencefiction
In dystopische sciencefiction zit de hoofdpersoon nog volop in de ramp of ziet de ramp op zich afkomen en zal zich ermee moeten verhouden. Dit subgenre lijkt wat dat betreft op apocalyptische sciencefiction en je kunt die laatste ook als subgenre van dystopische sciencefiction zien.
Een voorbeeld uit de wereldliteratuur is natuurlijk 1984 van George Orwell. In het Nederlandstalige taalgebied heb je onder meer Leegland van Marjan Brouwers.
'Harde' sciencefiction
In dit soort verhalen wordt rekening gehouden met de natuurwetten en bestaande of nu in de kinderschoenen staande technologie; deze technologie wordt vaak tot in het uiterste doorgedacht. Het subgenre is rijk aan ideeën en daarom kunnen personages en verhaallijn soms wat onder druk staan, maar dat hoeft niet.
Voorbeelden zijn Het drielichamenprobleem van Cixin Lui en Sterrenlichaam van Roderick Leeuwenhart.
Humoristische sciencefiction
Hierin speelt humor een grote rol. Het verhaal kan een parodie of pastiche van bestaande sciencefictionwerken zijn.
Het intergalactische liftershandboek van Douglas Adams uit 1979 valt onder dit subgenre, maar bijvoorbeeld ook Een mooie vreemde ontdekking van Hank Green.
Klimaatfictie
Een vrij nieuw subgenre binnen de sciencefiction. Het woord zegt het al, het gaat over het klimaat en dan met name de gevolgen van de klimaatverandering. De verhalen spelen zich vaak af in een ondergelopen Nederland, een wereld vol leefkoepels en verder water of juist gebrek aan water. Dit subgenre kan ook vallen onder maatschappelijke en dystopische sciencefiction.
Plastic vriend van Johan Klein Haneveld valt onder dit subgenre. En van vertaald werk is Greenwood van Michael Christie een goed voorbeeld.
Maatschappelijke of sociale sciencefiction
In dit soort verhalen spelen niet zo zeer toekomstige technologieën een hoofdrol als wel toekomstige maatschappelijke vormen. Of er staat een maatschappelijk of sociaal probleem centraal, dat tot in het extreme wordt doorgevoerd. Dit subgenre wordt vaak gezien als de tegenhanger van harde sciencefiction, omdat het draait om de mens en de relatie van de mens ten opzichte van de maatschappij en van elkaar.
Vertaalde maatschappelijke sciencefiction is de klassieke Foundation-trilogie van Isaac Asimov en een modernere Nederlandstalige titel is bijvoorbeeld SALOMON van Jacqueline Zirkzee.
Militaire sciencefiction
Met de focus op interplanetaire of interstellaire conflicten wordt dit subgenre ook wel gezien als een onderdeel van maatschappelijke sciencefiction. De verhalen worden vaak verteld vanuit een soldaat of een gewone burger en geven vaak commentaar op het conflict of op politieke en militaire verhoudingen. Verhalen die meer het avontuurlijke van de ruimtestrijd vertellen, vallen eerder onder space opera dan onder militaire sciencefiction.
Uit de wereldliteratuur is vooral de boekenserie Ender van Orson Scott Card bekend. Op deze site kun je De heren XVII van Roderick Leeuwenhart als Nederlandstalig voorbeeld vinden.
Nabije toekomst
Dit spreekt voor zich. Deze verhalen spelen zich af in de nabije toekomst en kunnen maatschappelijke onderwerpen onder de loep nemen, maar dit hoeft niet.
Voorbeelden: Lied van de profeet van Paul Lynch en De Mitsukoshi Troostbaby Company van Auke Hulst.
Robots en AI
Robots en technologie met AI staan in dit subgenre centraal. De verhalen kunnen avonturenverhalen zijn of maatschappelijk getint.
Denk bijvoorbeeld aan Mickey 7 van Edward Ashton of Roborecht van Django Mathijsen.
Ruimtereizen
Dit zijn vaak avonturenverhalen waarin de ruimte door aardbewoners gekoloniseerd gaat worden, er lange reizen worden ondernomen puur om het universum te ontdekken en waarin het uitgangspunt een zoektocht is. Dit zou je kunnen zien als de sciencefiction-tegenhanger van de queeste in de fantasy.
Voorbeelden zijn Gestrand op Helga’s Doom van Jan D. Westerman en de Bobiversum-serie van Dennis E. Taylor.
Space opera
In dit subgenre speelt de actie zich af (ver) in de ruimte volgens een tamelijk vast stramien. Er is een held, er zijn ruimteschepen, er is vaak militair ingrijpen en het verhaal loopt (meestal) goed af. De setting is groots, vol beschavingen in diverse sterrenstelsels.
Voorbeelden zijn Thorsen & Daine van Theo Barkel, het verfilmde Duin van Frank Herbert en de Radch-serie van Ann Leckie.
Ziltpunk
Een subgenre van puur Nederlandse bodem waarin de nuchtere Nederlandse handelsgeest centraal staat is ziltpunk. In ziltpunk komen grootse technologische hoogstandjes voor, denk aan kilometerslange dijken die zich als een soort waterdraak kunnen verplaatsen. Ziltpunk is een mix van space opera, klimaatfictie en soms humoristische sciencefiction. Grondleggers zijn Tais Teng en Jaap Boekestein.
Voorbeelden van Ziltpunk zijn Orkaanhoeders en dijkenfluisteraars van Tais Teng en Jaap Boekestein, Plastic vriend van Johan Klein Haneveld en Koepel Goes van Charles van Wettum.
Het doel van horrorverhalen is om mensen via amusement angst aan te jagen. Van alle besproken genres is horror de breedste, want hieronder valt zowel bovennatuurlijke horror met verhalen vol vampieren, weerwolven, demonen en monsters, maar ook ‘realistische’ horror, zoals verhalen over seriemoordenaars, tegenwoordig onder de noemer thriller bijeengebracht. In de context van het ‘fantastische’ vallen verhalen over seriemoordenaars dus af (tenzij de moorden een bovennatuurlijk element hebben). Dat maakt een eenduidige definitie wel lastig.
Ook onder horror vallen elementen als geheime overheidsprojecten met fatale gevolgen voor de mensheid, experimenten met mens, dier en/of technologie, verplichte races die zo moeilijk zijn dat de deelnemers dood neervallen of worden vermoord als ze niet presteren of onderpresteren, plekken waar in het verleden gruwelijke dingen zijn gebeurd, enzovoorts. Tel hierbij duistere krachten, occulte voorwerpen en het “ontastbare” op, en je hebt horror van de bovenste plank.
Horror vindt zijn oorsprong in de jaren 1850, toen de gothic novel opkwam met vertegenwoordigers als Edgar Allan Poe en Horace Walpole. Kenmerkend daarin zijn verhalen vol geesten, spookhuizen en personages die in maanlicht, bij voorkeur op het graf van een verloren liefde, mijmeren over hun bestaan.
Bovennatuurlijke horror
Zoals hierboven al geschetst is de bovennatuurlijke horror eigenlijk geen subgenre, maar vormt het de hoofdmoot van de horror. Elementen als spookhuizen, ondode personages en wezens als vampieren, weerwolven, zombies, demonen en geesten bevolken dit soort verhalen. De sfeer is vaak duister en onheilspellend.
Dé horror-koning van het ‘fantastische’ is natuurlijk Stephen King. Voorbeelden van Nederlandse bodem zijn de boeken Hex, Orakel en November van Thomas Olde Heuvelt en De dodenleefster van Jaap Boekestein.
Dark romance
Tegen een duistere, horrorachtige setting vinden twee onwaarschijnlijke personages elkaar. Het draait vaak om ingewikkelde, gecompliceerde en soms verwrongen liefdes en relaties. Thema’s als misbruik, geweld en trauma’s komen aan bod.
Voorbeelden zijn Uit bloed en as van Jennifer L. Armentrout, 1000 nachten van Sophia Drenth en De muze en de dood van Rani De Vadder.
Gothic horror
Dit subgenre heeft veel weg van bovennatuurlijke horror. Gothic horror is ‘uitgevonden’ in de tweede helft van de achttiende eeuw en is eigenlijk het klassieke griezelverhaal, dat zich eender wanneer in de tijd kan afspelen. Het onderscheidt zich van horror door het bovennatuurlijke element als symbool voor een reële angst. Verwacht duistere personages, geestverschijningen, occultisme, monsters, maar ook liefde. De gothic novel stond model voor genres als de roman noir uit Frankrijk en de Schauerroman uit Duitsland.
Voorbeelden zijn: Malpertuis van Jean Ray en Salve Mater van Kevin Valgaeren.
Er zijn subgenres die zowel in de fantasy, sciencefiction en horror voorkomen. Deze hebben we hieronder op een rijtje gezet.
Alternatieve geschiedenis
Dit wordt vaak gezien als een subgenre van sciencefiction en gaat uit van een bestaande geschiedenis, die een andere wending neemt: wat als Hitler de Tweede Wereldoorlog had gewonnen? Neemt het verhaal een meer magische wending, dan kan de alternatieve geschiedenis onder fantasy vallen en horrortaferelen van alternatieve geschiedenissen kunnen we ons allemaal wel indenken.
Een voorbeeld van een alternatieve geschiedenis is Lang leve Jane van Brodi Ashton, Cynthia Hand en Jodi Meadows.
Detectives
Moorden oplossen in de ruimte, Jack Ripper-achtige taferelen in een middeleeuwse setting, een whodunnit die in de toekomst speelt, dat is het domein van speculatieve detectives. Heb je zin om te puzzelen, dan is dit subgenre iets voor jou.
Voorbeelden: De Eve Dallas-serie van J.D. Robb, Roest van Jasper Polane en De Sleuteldrager van Charlotte de Winter.
Sciencefantasy
In deze verhalen worden fantasy-elementen gemixt met elementen uit de sciencefiction. Zo kun je verhalen krijgen die zich afspelen in een fantasy-setting, maar die zijn gemaakt in een laboratorium, of er is in de ‘realistische’ technologie waarmee je portalen kunt openen naar een alternatieve (fantasy) wereld.
Voorbeelden van sciencefantasy zijn De gebroken aarde trilogie van N.K. Jemisin, Kweekvijver van Anna López Dekker en de serie De Verloren Stammen van Aden van F.P.G. Camerman.
Queer
In alle bovengenoemde genres en subgenres kunnen queer personages en queer relaties voorkomen. In dat geval wordt vaak het bijvoegelijk naamwoord ‘queer’ voor het genre gezet, dus queer fantasy, queer dark romance enzovoorts.
Voorbeelden van ‘fantastische’ queer zijn De vloek van het orakel van Bea Fitzgerald, Dansen tot de zon komt van Marieke Frankema en Dwaallicht van Jen Minkman.
Steampunk
Ook een mengvorm van genres is steampunk, al zullen fans eerder zeggen dat het een op zichzelf staand genre is. Meestal spelen steampunkverhalen zich af in het tijdperk waarin stoomkracht de voornaamste bron van energie was, wordt metaal gebruikt in plaats van plastic en loopt de technologie voor op de werkelijkheid (veel steampunkverhalen bevatten computers).
De Draconis Memoria-serie van Anthony Ryan is steampunk. Voorbeelden van Nederlandstalig werk zijn de Terras Altas-serie van Patty van Delft en Bay en de Piraenauten van Yvette Hazebroek.
Speculatieve fictie
In 1947 gebruikte Robert A. Heinlein de term voor het eerst in een krant. In de navolgende jaren raakte de term ingeburgerd om het verschil te duiden tussen traditionele ‘harde’ sciencefiction en klassieke fantasy aan de ene kant en de meer innovatievere ‘fantastische’ stromingen die vanaf de jaren 70 opkwamen. Om het lekker ingewikkeld te maken wordt met speculatieve fictie soms ook verwezen naar het geheel aan ‘fantastische’ genres. Daarnaast wordt literatuur met ‘fantastische’ elementen vaak om commerciële redenen als speculatieve fictie op de markt gezet in plaats van sciencefiction.
Voorbeelden zijn Efter van Hanna Bervoets en Onder Asfalt van Maarten van der Graaff.
Magisch realisme
In een realistische wereld vormen werkelijkheid en bovennatuurlijke elementen een wereld waarin het fantastische en het realistische met elkaar in evenwicht zijn. Het magische is onlosmakelijk verbonden met de werkelijkheid, zodat daaruit een heel eigen sfeer ontstaat. Magisch realisme kan elementen van het surrealisme hebben en wordt vaak gerekend tot het postmodernisme.
Bekende magisch-realistische auteurs zijn Gabriel García Márquez, Haruki Murakami en Italo Calvino. Een voorbeeld uit de Nederlandstalige literatuur zijn de korte verhalen van Frank Roger.
De hoofdpersoon is vaak een jongvolwassene van 16 – 25 jaar en de verhalen gaan vaak over de zoektocht naar de eigen identiteit, verhouding van de hoofdpersoon tot zijn familie, vrienden en de wereld en zijn/haar/diens plek daarin.
In het geval van YA fantasy is er vaak een hoofdpersoon die magische krachten ontdekt en daarmee moet zien om te gaan of is de jonge hoofdpersoon voorbestemd voor een grootse toekomst, maar moeten er nog wel wat initiatieriten worden doorlopen.
Voor de omschrijvingen van de young adult-subgenres verwijzen we je naar hun volwassen tegenhangers hogerop op deze pagina, maar we geven je per subgenre graag een aantal voorbeelden mee.
Fantasy YA
Voorbeelden zijn de Touching Juliette-serie van Tahereh Mafi, De dolk en de vlam van Catherine Doyle, Onderuniversum van Pen Stewart en De stad der wolken van Flora Pennartz.
Sciencefiction YA
Voorbeelden zijn Phobos van Victor Dixen, de Enigma-reeks van Guido Eekhaut en de Skyward-serie van Brandon Sanderson.
Horror YA
Voorbeelden zijn Otis’ Redding van Mirjam Mous, Als je ze hoort van Alex Bell en Bloedmaïs van Erik Jan Tillema.
Dystopische YA
Voorbeelden zijn Lily van Tom de Cock, De laatste dochter van R.S.E. Gommer en Als de nacht valt van Marieke Nijkamp.
