Overslaan en naar inhoud gaan Overslaan en naar footer gaan

Titel: De torens van februari
Auteur: Tonke Dragt
Uitgever: Uitgeverij Leopold
ISBN: 9789025885793 (hardcover, 11e druk 2024), 9789025865665 (e-book), 9789025881733 (luisterboek)
Jaar van uitgave: 1973
Aantal pagina’s: 200
Genre: fantasy
Verkrijgbaar als: hardcover, e-book en luisterboek
Verkrijgbaar bij: bibliotheek, online bibliotheek, boekhandel
Steekwoorden: dagboek, schrikkeljaar, alternatieve wereld, ergens thuishoren, herinneringen

Samenvatting inhoud:
Het boek bestaat uit drie delen.
Een jongen komt met geheugenverlies op een strand aan en ziet in de verte twee grote torens. Hij besluit daar naartoe te gaan. Bij de torens aangekomen ontmoet hij de torenwachter Avla, die hem wegwijs maakt in de toren en hem vertelt dat niemand weet waar de torens voor zijn. De torenwachter noemt de jongen Tim. Hij stelt voor dat Tim een dagboek gaat bijhouden en geeft hem een schrift. Achterin het schrift staat een woord AXIOMA en een aantal pagina’s in geheimschrift. Als Alva de laatste pagina’s uit zijn dagboek scheurt, loopt Tim boos weg. Dan ontmoet hij Téja en haar vader Jan, die hem helpen. Tim kan niet weg uit de wereld totdat hij zijn geheugen terug heeft. Jan heeft een hond die ook Téja heet. Als Tim teruggaat naar de torens om Alva de bladzijden terug te vragen, is er een andere torenwachter die Vaal heet en Tim niet herkent. Tim leert van Téja om in een dier te veranderen en hij en zij gaan steeds meer van elkaar houden.

In het tweede deel leert Tom Alva kennen die uitvinder is en Tom uitlegt dat er vele werelden parallel naast elkaar bestaan. Met een speciaal woord kun je naar een parallelle wereld reizen. Nadeel: je verliest je geheugen. Nog een nadeel: je kunt alleen in een schrikkeljaar aan het begin en eind van maart tussen de werelden reizen. Toch gaat Tom naar de andere wereld en hij keert na een maand – met tegenzin – terug naar zijn eigen wereld. Als Tom 19 is, gaat hij definitief naar de andere wereld.

Han, broer van Tom, heeft het dagboek, alle knipsels en informatie aan Tonke Dragt gestuurd met het verzoek er een boek van te maken. Dat heeft Tonke gedaan, maar ze heeft wel het speciale woord weggelaten, om mensen niet in verleiding te brengen.

Conclusie:
De torens van februari is een interessant verhaal dat veel meer is dan een eenvoudig kinderboek. Het is een klassieker waar lezers van elke leeftijd iets uit kunnen halen. Het heeft voldoende diepgang en geeft stof tot nadenken.

Context:
Tonke Dragt (Batavia, 12 november 1930 – Den Haag, 12 juli 2024) wordt gezien als een van onze belangrijkste jeugdboekenschrijvers. Ze groeide op in Nederlands-Indië en werd in de Tweede Wereldoorlog samen met haar familie gevangengezet in een Japans interneringskamp. In haar werk zijn zowel in woord als in beeld – in de illustraties en collages die ze bij haar verhalen maakte – invloeden terug te zien van haar geboorteland en haar tijd in gevangenschap. Ze was een buitengewoon slimme vrouw die een sterke mening had over maatschappelijke kwesties en haar zorgen en visies verwerkte in haar verhalen.

Op het gebied van verbeeldingsliteratuur was Dragt (in het Nederlands taalgebied) haar tijd ver vooruit. Veel van haar boeken zijn klassiekers die vanwege hun complexiteit en gelaagdheid ook heel goed gelezen kunnen worden door volwassenen. Dat geldt zeker voor De torens van februari, dat ze zelf in sommige interviews als haar beste boek bestempelde. Dragt speelde graag een spel met haar lezer dat ze doortrok buiten haar boeken, waarmee ze bewust de grens tussen fantasie en realiteit liet vervagen. Dit ‘bewerkte dagboek’ is daar een van de beste voorbeelden van.

Bij enkele edities is een nieuw nawoord toegevoegd waarin de auteur speelt met werkelijkheid en realiteit door te verwijzen naar het Woord en te hinten naar ontwikkelingen in de levens van de personages, zo ook de elfde druk uit 2024. Aangezien Tonke Dragt later dat jaar overleed zal dat waarschijnlijk het laatste zijn.

Leeftijdsniveau C:
De torens van februari wordt geclassificeerd als een boek van leeftijdsniveau C, wat wil zeggen dat het boek geschikt is voor kinderen vanaf 12 jaar. Doorgaans zijn boeken van leeftijdsniveau C geschikt voor jongere lezers en passen de verhalen goed bij de belevingswereld van onderbouwleerlingen. Boeken van leeftijdsniveau C mogen vaak niet in de bovenbouw worden gelezen. De classificatie leeftijdsniveau C zegt echter niets over de complexiteit en de literaire kwaliteit van het boek.

De werkgroep ‘Fantastisch’ lezen voor de lijst heeft er na lezing van dit boek voor gekozen het op de bovenbouwlijst op te nemen. Ten eerste omdat Tonke Dragt veel boeken heeft geschreven voor lezers van uiteenlopende leeftijden en ten tweede omdat haar boeken uit een periode komen waarin leeftijdsniveau C nog niet bestond. Het achteraf indelen van het boek in een leeftijdsniveau met als gevolg dat er consequenties worden getrokken over de eventuele geschiktheid ervan voor lezers op basis van het niveau, vindt de werkgroep op zijn minst discutabel.
Ten derde is de verhaalwereld die Tonke Dragt in dit boek neerzet – zelfs 50 jaar na verschijnen – nog steeds complex genoeg voor een bovenbouwleerling en biedt voor zowel jongeren als volwassenen voldoende elementen om over te discussiëren. De ongrijpbare parallelle werelden, het mysterie rondom ‘het woord’ zijn tijdloze elementen en de gebeurtenissen kunnen in elk tijdperk anders geïnterpreteerd worden.
Vanwege het tijdloze karakter van het boek, de complexiteit en het taalgebruik van Tonke Dragt achten wij dit boek geschikt voor de bovenbouw.

Zie ook dit verslag van het symposium over “online lezersgemeenschappen”, gehouden door Semmy Claassen, promovenda aan de Universiteit Utrecht. Scrol naar “Open blik op soorten literatuur” tot en met “Fantasyboeken van online lezersgemeenschappen naar de klas”.

Beoordeling:

Diepgang

De torens van februari is een coming of age-verhaal in dagboekvorm dat op verschillende manieren gelezen kan worden. Thema’s die worden aangestipt zijn identiteit, het belang van herinneringen, je ergens thuisvoelen en kiezen voor wat je gelukkig maakt. Daarnaast kan het gelezen worden als commentaar op hoe mensen met elkaar en de wereld omgaan en hoe ze kijken naar vluchtelingen. De personages zijn gelaagd en interessant. Door de geringe lengte worden niet alle thema’s even diep uitgewerkt en blijft de ontwikkeling van sommige personages wat onderbelicht. Veel wordt overgelaten aan de verbeelding.

Taalgebruik & stijl

De schrijfstijl is toegankelijk, maar niet kinderlijk. Het is geloofwaardig dat dit het dagboek is van een tiener. Vorm en inhoud ondersteunen elkaar. Opmerkelijk zijn de voetnoten die het idee versterken dat het een echt dagboek is en het vervreemdende gebruik van ‘schrikte’ als verleden tijd voor ‘schrikken’, een verwijzing naar schrikkeljaren.

Verhaaltechniek & wereldbouw

Het boek bestaat uit een verzameling dagboekfragmenten die de auteur in handen zou hebben gekregen met de opdracht er een boek van te maken. De lezers ontdekt tegelijk met de hoofdpersoon die aan geheugenverlies lijdt meer over de wereld en zijn eigen achtergrond. Het begin roept veel vragen op die langzaam en sporadisch beantwoord worden. Soms ontbreken er stukken die later weer ingevoegd worden. Tonke Dragt geeft in voetnoten aan waar dit het geval is en waar ze ingrepen in de tekst heeft gedaan. Hoewel deze verteltechniek niet nieuw is, is het wel ongebruikelijk voor een jeugdboek. Bepaalde details over de wereld en de personages blijven bewust vaag waardoor de wereld een beetje kaal kan overkomen en de lezer met vragen achterblijft.

Verbeeldingsgehalte

Het bestaan van een alternatieve wereld waar je heen kunt reizen door het uitspreken van een speciaal woord is cruciaal voor de plot. De werelden zelf komen realistisch over, met hooguit wat vervreemdende elementen. Sommige daarvan worden enkel geïmpliceerd. Tonke Dragt houdt de mystiek rond dit boek in stand door niets prijs te geven over het woord en in een aantal drukken een nieuw nawoord toe te voegen waarin ze zinspeelt op hoe het de personages sinds het verschijnen van het boek vergaan is. Dit alles draagt bij aan de beleving.

Originaliteit

De torens van februari is geen standaard fantasyboek. Het is een origineel en uniek verhaal, geschreven door een doorgewinterde auteur, dat door lezers van alle leeftijden gelezen kan worden. Het is uitermate geschikt om meerdere keren te lezen, omdat je het als kind anders leest dan als tiener of als volwassene en je dus steeds nieuwe lagen en thema’s in de tekst ontdekt. De vorm en het mysterie maken het boek bijzonder en zorgen ervoor dat je er lang na het omslaan van de laatste pagina nog over blijft nadenken. In de tijd dat het boek geschreven werd was het absoluut vernieuwend en het blijft meer dan vijftig jaar nadat het verscheen nog steeds overeind.

Denkvragen:
1. Weet jij het woord?
2. Zou jij willen reizen naar parallelle werelden en je geheugen verliezen? Of zou je liever in je eigen wereld blijven?
3. Wat zou jij doen als je Tom was: teruggaan of blijven?
4. Stel dat dit heen en weer reizen gewoon kan: zou je iedereen uit parallelle werelden dan maar toelaten of wil je ook (toren/duin)wachters inzetten om de instroom een beetje in goede banen te leiden? Waarom? Kun je parallellen aanwijzen in onze wereld wat betreft vreemdelingen?
5. Tonke Dragt stelt dat het boek het dagboek van Tim/Tom is en dat zij het enkel bewerkt heeft. Welke invloed heeft de vorm van het (fictieve?) dagboek op hoe je het verhaal beleeft en het spel dat de auteur speelt met fantasie en realiteit?
6. Hoe beïnvloedt de wereld waarin je leeft jouw manier van denken?
7. Zoek informatie op over Edison, Alva en de velewereldentheorie. Kun je een eigen axioma opstellen?

Meer informatie voor de docent:
Thematiek:
Identiteit, het belang van herinneringen, je ergens thuis voelen, kiezen voor geluk/liefde, vluchtelingen, liefde, verdwijnen, vertrouwen, tijdreizen, wetenschappelijke nieuwsgierigheid

Motieven:
Het woord, het dagboek, het axioma, dubbelrollen (Tim/Tom, Alva/Avla, hond/meisje)